mbo reorganiseren?

Reactie op een stuk van Dennis Wiersma

BON (Beter Onderwijs Nederland) twitterde een link naar dit stuk van Dennis Wiersma, waarin hij voorstelt de mooie praatjes over het mbo te vervangen door een reorganisatie binnen het mbo. Dat het mbo anders zou kunnen, oké, mee eens. Prima ook dat we uitgedaagd worden om hierover na te denken. Het hierbij aangeleverde discussiestuk zou alleen wat meer mogen getuigen van kennis over de mbo’er zelf en het niveauverschil binnen dat mbo. Dat er nogal wat haken en ogen zitten aan dit voorstel is een understatement van jewelste. Toch voel ik me voldoende uitgedaagd om een paar van die haken en ogen alvast te belichten.

Ten eerste het voorstel om de niveau-1 en -2-opleidingen uit het mbo te halen. In dit voorstel wordt ervan uitgegaan dat het vinden van een bedrijf dat een leerling wil opleiden geen probleem is, maar stel dat een niveau-1/2-leerling geen bedrijf vindt om dat te doen, waar blijft deze leerling dan? Ik gok op straat, waar hij heel andere vaardigheden leert dan bij ons op het mbo. Is dat een goede manier van anticiperen op de arbeidsmarkt?

Bovendien: als een leerling opgeleid wordt door bedrijf A, laten we zeggen de Swatch-fabriek, dan is ten eerste de kennis van deze leerling behoorlijk beperkt en loopt hij zelfs een groter risico op werkloosheid. Immers: als bedrijf A failliet gaat of besluit de leerling te ontslaan, heeft bedrijf B dan wel behoefte aan deze Swatch-leerling? In feite betekent deze maatregel een vergroting van het aantal opleidingen, want zo’n opleiding bij Swatch is nog specifieker dan bijvoorbeeld de opleiding ‘verkoper fietsen’ binnen het mbo. Daar heeft de leerling tenminste veel geleerd over fietsen in het algemeen en niet alleen over fietsmerk X. Bedrijf B zal deze leerling dus opnieuw moeten opleiden, terwijl het mooie van de beroepsopleiding in het mbo juist is dat de leerling veel aspecten van het vak leert en bovendien algemene vaardigheden meekrijgt. Het mbo biedt hiervoor een gedegen opleiding met goede en, niet onbelangrijk, speciaal daartoe opgeleide docenten, die je in het bedrijfsleven niet zonder meer aantreft.

Dan is de tweede stap het samenvoegen van niveau 3 en 4. Het idee is om deze studenten binnen één jaar (want de helft van deze tweejarige oriëntatieopleiding bestaat uit stages) klaar te stomen voor het hbo! Dit doet mij echt pijn, want het laat zien dat er bij Dennis Wiersma geen enkele realiteitszin bestaat over de inzet die leerlingen dan zouden moeten leveren, nog even afgezien van de studenten die in een dergelijke situatie teleurgesteld, gedesillusioneerd en gedemotiveerd de opleiding zullen verlaten. Heeft meneer Wiersma enig idee van het niveauverschil tussen de niveau-3- en -4-opleidingen? En over hoe hard een niveau-4-leerling moet werken om na 4 (!) jaar naar een hbo-opleiding te kunnen? Ter verduidelijking, voor degenen die het vergeten zijn: op de havo haal je, zonder tegenslagen, je toegangsdiploma voor het hbo in 5 jaar. Een vmbo-leerling doet, zonder tegenslag, 4 jaar over zijn opleiding, plus dit ene jaar op het mbo, en dan is hij ook klaar voor het hbo? Daar wringt overduidelijk een veel te krappe schoen, AU!

En dan verbijt ik deze pijn nog maar even om in te gaan op het derde punt: beperking van het aantal opleidingen. De opleiding ‘verkoper fiets’ wordt als voorbeeld van een specifieke opleiding genoemd. Ik lees daarin dat hier ‘te specifiek’ wordt bedoeld. Ik ga daar voor het gemak in mee: stel dat je alle verkoopopleidingen samenvoegt tot simpelweg ‘verkoper’, ongeacht of dat nu verkoper van fietsen, auto’s of interieuradviezen is. In dat geval leid je je leerlingen wel erg beperkt op, en zit je juist helemaal niet dicht bij waar de leerling terecht wil komen. Wat dit bovendien doet voor het zelfvertrouwen van de mbo’ers, waar wij in het mbo hard aan werken, durf ik niet in te schatten. Het is duidelijk dat er te veel opleidingen zijn, maar pas op dat je de mbo-leerling niet te breed of te algemeen opleidt, dan ga je juist voorbij aan het vakmanschap.

Ik houd van mijn leerlingen en wil het beste voor ze. Ik ben voor verandering, als dit tot verbetering en vereenvoudiging van het onderwijssysteem leidt en ik daag Dennis Wiersma uit niet alleen zélf nog eens goed na te denken over zijn voorstel, maar ook de tijd te nemen om kennis te maken met mbo’ers van verschillende niveaus. Vraag hun eens wat zij vinden van hun opleiding en wat daaraan veranderd moet worden.

Het mbo kan ongetwijfeld helderder ingericht worden, maar om dat te doen door leerlingen eruit te knikkeren of te snel en te hoog op te leiden … ik ben bang dat de leerling dan de dupe wordt, meer dan hij op dit moment al is met de weigering van de overheid te investeren in het onderwijs. Ik pleit ervoor dat we met z’n allen de overheid ervan overtuigen dat juist ónderwijs belangrijk is en dat dat goed verzorgd moet worden, financieel door de overheid, inhoudelijk door de docenten!

Verbeteringen en een minder ingewikkelde structuur, prima! “Betere vakkrachten opleiden voor het bedrijfsleven en het beter benutten van talent bij jongeren”, goed! Maar in het voorliggende voorstel zie ik helaas te weinig realiteitszin. Ik ben benieuwd naar een nieuw, haalbaar voorstel, waar we wél enthousiast mee aan de slag kunnen.

Wie is een westers iemand?

Meestal vind ik nieuwe taalverschijnselen leuk, amusant en interessant. Maar soms begrijp ik het niet, of vind ik de klank ervan niet zo mooi. Zoals dit (en je hoort het veel!): “Ik had daar een westers iemand.” Ter illustratie, anders begrijp je er helemaal niets meer van: het is een Nederlandse volleybalster die dit zegt in het kader van haar vertrek naar Japan. Ze licht haar uitdrukking niet toe, alsof iedereen weet welk mens hier bedoeld wordt. Zonder nu een diepgaande analyse te willen maken, merk ik op dat de zin in ieder geval niet zonder het woord “westers” kan. Ik had daar een iemand. Dat is helemaal zo’n niksige zin.

Een iemand dus, die (of dat?) westers is; wat deed die iemand daar in Japan bij of met haar? Dat wordt niet duidelijk. Toch zal het wel om een persoon gaan, maar we mogen blijkbaar niet weten of het om een man of een vrouw, een trainer of een vrijer gaat. Even later zegt ze: “Ik was een soort van heilig daar.” Een soort van heilig wat? Een heilig iemand? Deze volleybalster is echt niet mijn taaltype.

Gelukkig zegt Mark Tuitert iets verrassends: “Toen zocht ik iets waarop ik mijn hoofd even kon verzetten.” Dat vind ik echt geweldig en ik hoop dat iedereen deze zin zal gaan gebruiken!

En nu ga ik even iets zoeken waarop ik mijn hoofd kan verzetten. Lekker!

Plasterk denkt de taal onder controle te hebben

Ik moet even reageren op een item bij De wereld draait door: volgens de dwdd-website zou Helen de Hoop ingaan op een open brief van neerlandicus Julius Althuisius, een brief die ik overigens (nog) niet heb gelezen. Helaas krijgt mevrouw De Hoop slechts kans te vertellen dat ‘hun zeggen’ populair is onder de taalgebruikers. Ze wilde graag nog uitleggen waarom het voorkomen van ‘hun’ als onderwerp logisch is. Ronald Plasterk geeft haar die kans niet en praat alsof hij (samen met de Taalunie) iets te zeggen heeft over de ontwikkeling van taal. We moeten nu gewoon onze kinderen leren wat goed en fout is, en wat mensen dan in de praktijk doen mogen ze zelf weten, want wat hem betreft is het wel even genoeg geweest met de veranderingen in de Nederlandse taal. Hier maakt hij een grote fout: hij kent blijkbaar het verschil niet tussen de spelling van de Nederlandse taal, waar we gezamenlijk afspraken over maken en waarover we het soms oneens zijn met elkaar (zie het Groene én het Witte Boekje!) en de taalontwikkeling, die in handen ligt van de gebruikers.

Wat Ronald Plasterk betreft moet de taal blijkbaar geen levend organisme meer zijn, maar moet ons die worden opgelegd … maar ja, door wie eigenlijk?

Ik ben het volledig met mevrouw De Hoop eens dat dit een ware blamage is voor onze minister van onderwijs!

Luisteren naar Tom Waits

Tot mijn schande luister ik pas een paar jaar naar Tom Waits, maar vandaag laat ik de schande even varen en blijf ik binnen, met zijn nieuwste cd: Glitter and doom – live. Regelmatig een glimlach op mijn gezicht, heerlijke humor, zodra je aan zijn stem gewend bent en je zijn gesproken/gezongen teksten kunt verstaan. Jaloers op de fans die bij het concert aanwezig waren!

Martin Simek bij dwdd

Er zijn vaak interessante gasten bij De wereld draait door, die helaas regelmatig geen kans krijgen iets zinnigs te zeggen door de betweterigheid en dramadrang van gastheer Matthijs van Nieuwkerk. Bij Annette Gerritsen “Heb je geen sms’je gehad van Dirk Scheringa?” en bij Alexander Pechtold op een andere manier, die ik hier niet kan en niet wil herhalen, vanwege het onderwerp (liever minder dan meer over gezegd). Jan Mulder was zelf als side-kick vandaag wat emotioneel, volkomen begrijpelijk.

Maar dan Martin Simek. Ik heb nooit een grote belangstelling voor hem gehad, maar vandaag heeft hij mijn hart (mas ó menos) veroverd. Niet in het minst omdat hij Matthijs van Nieuwkerk de mond snoert. Niet door snel of scherpzinnig te zijn, maar door een authenticiteit (is het wel echt, denk ik stiekem nog) die me erg aanspreekt. Hij laat zich volledig meeslepen door de vergrote foto’s van zijn overleden familie, die getoond worden tijdens de uitzending (“Mag ik hier nog even zitten en dan een beetje huilen, met deze foto’s van mijn overleden familie?”, hopelijk citeer ik correct). Martin neemt de uitzending volledig over! Een heerlijke dialoog ook tussen hem en Jan Mulder, vrienden blijkbaar, heren van onfatsoen. Jan Mulder liet op uitnodiging van Martin Simek graag het gedicht “lentekriebels” nog eens horen.

Wat zou ik graag eens in een stil donker hoekje zitten luisteren naar een gesprek tussen deze twee heren (jongetjes)!

De filosofie van de heuvel

Afgelopen donderdag gelezen: De filosofie van de heuvel. Op de fiets naar Rome, van Ilja Leonard Pfeijffer & Gelya Bogatishcheva.

Ilja vertelt in dit boek pretentieloos over de reis, het fietsen en zijn liefde voor het meisje Gelya. Natuurlijk is er veel meer te ontdekken, maar wat ik mooi vind: wanneer je jezelf een (te hoog of te helder) doel stelt, zal de bestemming waarschijnlijk tegenvallen, omdat die de verwachting niet kan waarmaken. Zonder doel, maar met een bestemming die als het ware de richting aangeeft, kom je ook waar je wilt zijn. Als je zo reist (lees ‘leeft’ als je wilt) zie je ook hoe simpel de liefde kan zijn, of anders gezegd: hoe simpeler je de liefde beleeft, hoe echter die lijkt te zijn.

Zie het fragment waarin Gelya boos is op Ilja en zonder iets te zeggen haar reis vervolgt. Ilja kan niet anders dan achter haar aan rijden, wil ook niet anders en is domweg gelukkig als blijkt dat ze, ondanks haar boosheid, in de goede richting fietst. Zo kan hij achter haar aan fietsen en rustig wachten op het moment dat de irritatie over is. En die gaat ook over, zomaar, plotseling. Blijkbaar heeft ze de reden van de boosheid uit haar lijf gefietst.

Ilja beschrijft zijn filosofie van de heuvel heel eerlijk, zuiver en exact. En Gelya fotografeert zo.

Hout

Gisteren zag ik tijdens een wandeling in Groot Brunink een robot bomen kappen. Hij produceerde in rap tempo (schatting: een boom verdwijnt in 1 minuut) schattige stapels stammetjes. Het deed me denken aan een sigarettenmachientje dat peuken tovert en op tafel stort. Daar heb je ook maar een paar vingers bij nodig. De bestuurder van de robot ook, vermoed ik.

Nu heb ik een nogal onwrikbaar idee over hoe je hout moet hakken. Ik heb het natuurlijk zelf nooit gedaan, want ik zie er niet uit als een houthakker en iedereen weet dat het uiterlijk alles te maken heeft met hoe je de belangrijke dingen in het leven aanpakt, zoals bomen kappen. Maar ik denk er wel aan, af en toe en ernstig. Marjoleine de Vos deed dat vandaag zijdelings ook in haar kookrubriek. “Echte houthakkers” schrijft ze “hakken gewoon nog zelf hout en klimmen daarmee tegen de heuvels op”. Je ruikt het hout … en de hakker!

De houthakker leeft, leve de houthakker, maar ondertussen moet ik wel, tot mijn ontsteltenis, afscheid nemen van het romantische beeld dat ik heb, van hem!